ともな tomonau
1 volgen; meegaan; vergezellen; meenemen
彼は旅行にはいつも妻を伴って行く。
Hij neemt zijn vrouw altijd mee als hij op reis gaat.
2 met zich meebrengen; resulteren; gepaard gaan met
登山は多くの危険を伴う。
Bergbeklimmen brengt veel risico\'s met zich mee.
3 navolgen; nastreven; beoefenen