絶つ(断つ) tatsu
1 afhakken; afsnijden; afbreken; verbreken; onderbreken; stopzetten; opgeven; afzweren
日本はその国の外交関係を絶った。
Japan heeft de diplomatieke betrekkingen met dat land afgebroken.
Japan heeft de diplomatieke betrekkingen met dat land afgebroken.
彼は自ら命を絶った。
Hij pleegde zelfmoord.
Hij pleegde zelfmoord.
タバコを断つ
stoppen met roken
stoppen met roken