かじ(囓る) kajiru
1 knagen; knabbelen; bijten
鼠が箱をかじって穴をあけた。
De muis knaagde een gat in de doos.
りんごを齧る
aan een appel knagen; in een appel bijten
2 beperkte kennis hebben van (iets)
哲学を齧る
beperkte kennis hebben van filosofie
3 het tokkelen; een snaarinstrument bespelen
ギターを齧る
een gitaar bespelen: op een gitaar tokkelen